Hooikoorts

Hooikoorts

Wat is hooikoorts?

Hooikoorts is een allergie. Bij hooikoorts krijg je klachten door stuifmeel van sommige grassen of bomen. Een andere naam voor stuifmeel is pollen.

De klachten ontstaan als er stuifmeel in je ogen, neus, mond, keel of luchtpijp komt. Hierdoor worden de slijmvliezen dikker en gaan ze meer slijm maken.

Hooikoorts is vervelend, maar niet gevaarlijk. De klachten verdwijnen vanzelf weer als het stuifmeel uit de lucht verdwenen is.

Hooikoorts komt door stuifmeel (pollen) in de lucht. Als je hooikoorts hebt, kan je lichaam niet goed tegen stuifmeel. Het slijmvlies in je neus, keel en longbuisjes wordt dikker en gaat meer slijm maken. Het slijmvlies van je ogen kan ook dik worden. Dan krijg je jeuk in de ogen en tranende ogen.

Hooikoorts komt dus als er stuifmeel in de lucht zit:

  • Hooikoorts door bomen begint in februari of maart. Tussen maart en eind mei heb je vaak de meeste klachten.
  • Hooikoorts door gras begint in april of mei. Tussen mei en augustus heb je vaak de meeste klachten.

Als de temperatuur al vroeg in het jaar hoger wordt, bloeien bomen en grassen ook sneller. Dan komen de hooikoortsklachten ook vroeger in het jaar.

Sommige mensen hebben in deze maanden steeds last van hooikoorts, andere mensen af en toe een dag.

Het stuifmeel verspreidt zich vooral op zonnige, winderige dagen. De hooikoorts kan dan erger worden.

We weten niet waarom sommige mensen hooikoorts krijgen en andere mensen niet. In sommige families komt hooikoorts vaker voor dan in andere families.

Hoe herken ik hooikoorts?

Door hooikoorts kun je deze klachten krijgen als er stuifmeel in je ogen, neus, mond, keel of longen komt:

  • jeuk aan je neus
  • een verstopte neus
  • een snotneus of loopneus
  • niezen
  • jeukende ogen
  • tranen
  • een droge keel, soms met kriebelhoest
  • een vol gevoel in je hoofd
  • moe zijn
  • benauwd zijn of moeilijker ademen
  • piepend geluid bij het ademen
  • een gevoel alsof je koorts hebt. Je zou kunnen denken dat je van hooikoorts ook koorts krijgt, maar dat is niet zo.

Al deze klachten kunnen ook door iets anders komen. Je kunt bijvoorbeeld ook allergisch zijn voor katten of huisstofmijt. 
Hooikoortsklachten krijg je alleen als grassen en bomen bloeien.

Kan ik er zelf iets tegen doen?

Probeer zo weinig mogelijk met stuifmeel in contact te komen.

  • Let op het weerbericht, vooral in het voorjaar en in de zomer: 
    Bij droog en zonnig weer zit er veel stuifmeel in de lucht.
  • Of kijk op internet waar en wanneer er veel stuifmeel in de lucht zit.
  • Blijf dan zoveel mogelijk binnen.
  • Hou de ramen dicht, ook 's nachts. Laat je autoramen ook dicht. Zo waait er geen stuifmeel naar binnen.
  • Doe de ramen open als het regent of net geregend heeft.
  • Draag buiten een bril of zonnebril.
  • Ga niet zelf grasmaaien.
  • Laat je was binnen drogen. Buiten komt er stuifmeel in.

Tips als je ergens naartoe wilt gaan, bijvoorbeeld met vakantie:

  • Aan zee en hoog in de bergen heb je minder klachten, omdat daar minder stuifmeel in de lucht zit.
  • In de herfst en winter heb je ook minder klachten. En als het regent of net geregend heeft.

In welke gevallen kan ik beter naar de huisarts gaan?

Bel op werkdagen of maak een afspraak als je 1 of meer van deze klachten hebt:

  • Je denkt dat je hooikoorts hebt en je wilt iets doen om minder klachten te hebben.
  • Je hebt hooikoorts en je medicijnen helpen niet genoeg.

Wat kan de apotheker voor mij doen?

Behalve de voorzorgsmaatregelen die hierboven zijn genoemd, kunt u een vrij verkrijgbaar medicijn gebruiken om de klachten te verminderen. De volgende medicijnen hebben de voorkeur.

  • Loratadine en cetirizine. Deze medicijnen kunt u zowel bij hooikoorts als bij allergie voor huisdieren of huisstofmijt gebruiken. Deze medicijnen werken ongeveer 24 uur. Daarom hoeft u ze meestal maar 1x per dag in te nemen.
  • Xylometazoline, oxymetazoline en tramazoline. Deze zijn verkrijgbaar als neusspray of als neusdruppels en helpen alleen bij een verstopte neus. Gebruik deze medicijnen maximaal 7 dagen achter elkaar.

Uw apotheker zorgt ervoor dat u uw medicijnen goed en veilig kunt gebruiken. Het maakt niet uit of u een medicijn korte tijd of langdurig nodig heeft.

  • Receptcontrole

De apotheker controleert elk recept. Bijvoorbeeld: is het juiste medicijn voorgeschreven en meegegeven, is de dosering goed, kan het medicijn samen met andere medicijnen die u gebruikt. Als het nodig is, overlegt uw apotheker met uw huisarts of specialist.

  • Overzicht van uw medicijnen

Uw apotheker houdt bij welke medicijnen u gebruikt. U kunt in de apotheek altijd om een overzicht van uw medicijnen vragen. Dit kunt u bijvoorbeeld meenemen als u uw specialist bezoekt, in het ziekenhuis wordt opgenomen of naar het buitenland gaat.

  • Delen van informatie over uw medicijnen met andere zorgverleners

Uw apotheker, huisarts en het ziekenhuis kunnen informatie over uw medicijnen met elkaar delen als dat nodig is voor uw behandeling. Dit mag alleen als U daar toestemming voor geeft.

  • Begeleiding bij nieuwe geneesmiddelen

Krijgt u een medicijn dat u in de afgelopen 12 maanden niet hebt gebruikt? Dan krijgt u extra uitleg over deze medicijnen.

  • Ondersteuning als u uw medicijnen weleens vergeet in te nemen

De apotheker heeft daar hulpmiddelen voor. Als uw zorgverzekeraar toestemming geeft, kan uw apotheker uw medicijnen per dag en per tijdstip van inname in aparte zakjes voor u laten verpakken.

  • Persoonlijk gesprek over uw medicijnen

Heeft u vragen over uw medicijnen, of problemen met het gebruik? Bijvoorbeeld moeite met slikken van medicijnen, openmaken van de verpakking, of last van een vervelende bijwerking? Vraag uw apotheker om een persoonlijk gesprek. Hij kijkt dan samen met u welke mogelijkheden er zijn om uw probleem te verhelpen.

  • Medicatiebeoordeling

Uw apotheker en huisarts kunnen u uitnodigen voor een gesprek over uw medicijnen. Dit is mogelijk bij pati├źnten ouder dan 65 jaar die langdurig meer dan 5 medicijnen gebruiken. Samen met u bespreken ze of er verbetering mogelijk is. Als u bijvoorbeeld last hebt van bijwerkingen van een medicijn kan het soms vervangen worden door een ander medicijn.

  • Zelfzorg

Bij de apotheek kunt u terecht voor advies over medicijnen die u zonder recept (= zelfzorgmedicijnen) kunt kopen, voor verbandmiddelen en cosmetica. De apotheek kan zelfzorgmedicijnen voor u opnemen in uw medicatiedossier. Dan kan de apotheker controleren of u ze veilig samen met uw receptmedicijnen kunt gebruiken.

  • Bezorgservice

Bent u moeilijk ter been? Informeer bij uw apotheek of zij uw medicijnen bij u thuis kunnen bezorgen.

Welke medicijnen worden gebruikt bij

Anti-allergiemedicijnen om in te nemen
Anti-allergiemedicijnen, ofwel antihistaminica, blokkeren de werking van histamine, een stof die bij een allergische reactie in het lichaam vrijkomt. Ze worden vooral aangeraden bij lichte allergieklachten waar u af en toe last van heeft. Tabletten, drank en druppels werken in het hele lichaam. Voorbeelden zijn acrivastine, cetirizine, clemastine, desloratadine, ebastine, fexofenadine, ketotifen, levocetirizine, loratadine en mizolastine.

Anti-allergiemedicijnen in neussprays en oogdruppels
Anti-allergiemedicijnen, ofwel antihistaminica, blokkeren de werking van histamine, een stof die bij een allergische reactie in het lichaam vrijkomt. Ze worden vooral aangeraden bij lichte allergieklachten waar u af en toe last van heeft. De neusspray werkt in de neus en de ogen. De oogdruppels werken alleen in de ogen. Voorbeelden zijn azelastine oogdruppels, azelastine neusspray, emedastine oogdruppels, ketotifen oogdruppels, levocabastine oogdruppels en levocabastine neusspray.

Cromonen in oogdruppels
Oogdruppels met anti-allergiemedicijnen uit de 'cromonen-groep' voorkomen het vrijkomen van lichaamseigen stoffen die bij een allergische reactie ontstaan. Hierdoor worden allergische klachten voorkomen. Deze oogdruppels kunnen niet worden gebruikt bij een aanval van allergische klachten. Ze werken pas na een aantal dagen gebruik. Voorbeeld is cromoglicinezuur oogdruppels.

Cromoglicinezuur in neusspray
Het anti-allergiemedicijn cromoglicinezuur voorkomt het vrijkomen van lichaamseigen stoffen die bij een allergische reactie ontstaan. Hierdoor worden allergische klachten voorkomen. Het kan niet worden gebruikt bij een aanval van allergische klachten. Cromoglicinezuur werkt pas na enkele weken gebruik.

Bijnierschorshormonen in een neusspray
Bijnierschorshormonen, ofwel corticosteroïden, in een neusspray worden gebruikt als u langdurig last heeft van allergie en/of als de klachten matig tot ernstig zijn. Het werkt ontstekingsremmend, vermindert overgevoeligheidsverschijnselen en voorkomt zwelling van het neusslijmvlies. Voorbeelden zijn beclometason, budesonide, flunisolide, fluticason, mometason en triamcinolonacetonide.

Desensibilisatie-middel
Desensibilisatie betekent 'ongevoelig maken'. U krijgt de prikkel toegediend waar u allergisch voor bent. Meestal is dit steeds in een iets grotere hoeveelheid, gedurende 3 tot 5 jaar. Uw lichaam kan dan langzaam aan de prikkel wennen en er na verloop van tijd minder hevig op reageren. Het is te verkrijgen in druppels om in te nemen, in tabletten en als injecties.